Blog

We zijn er nog niet

Januari 20, 2018
We zijn er nog nietWe zijn er nog niet
 
Bij het begin van de kerstvakantie was ik aanwezig bij het vertrek van ons oudste kleinkind op skivakantie met de school. Na het enthousiaste wederzijdse uitzwaaien besefte ik dat ik geen kinderen van Afrikaanse of Noord-Afrikaanse origine had gezien. Een bedenking viel mij te binnen: ‘we zijn er nog niet’.
 
Ik kan me niet voorstellen dat die jonge gasten geen zin zouden hebben om met de klas te gaan skiën of dat er nauwelijks belangstelling bestaat voor iets wat in hun cultuur niet aanwezig is. Ergens klopt er iets niet. Er ontbreekt iets: de gezonde mix.
 
Of we het nu willen of niet: de multiculturele mix komt er vroeg of laat. Tot nu toe hebben we alleen de politieke of economische vluchtelingen zien passeren of aankomen. Later komen de milieuvluchtelingen, in nog grotere aantallen. De landen rond de evenaar kennen ongeziene, voor een mens onleefbare piektemperaturen. We ervaren het ook al bij ons in de zuiderse landen van Europa.
 
Waarom mogen mensen niet kiezen waar ze willen wonen? Wij Vlamingen zijn vroeger toch ook uitgeweken naar Noord Amerika? En onze kolonialen? En de Vlamingen die tijdens de tweede wereldoorlog uitweken naar Groot-Brittannië? Mogen mensen niet kiezen voor een betere toekomst voor hen en hun gezin of verhuizen omdat ze dat gewoon willen of om welke reden dan ook? We kennen toch allemaal Vlaamse gezinnen in Dubai, New York of Montpellier?
 
Dat integratie niet eenvoudig verloopt en we nog veel te leren hebben, is evident. Afghaanse jongeren die in hun jeugd amper een schoolbank hebben gezien en vrij en blij de schapen hoedden, worden hier verplicht om een ganse lesdag stil te zitten en les te volgen in een taal die ze amper begrijpen. Na één dag haken sommigen al af. Normaal toch?
 
Ik vermoed dat we onze gezamenlijke toekomst moeten zien vanuit het beeld van de opvoeding van een kind. Een kind komt er en gaat niet meer weg. We verwelkomen het, we luisteren ernaar en geven wat het nodig heeft. Het kind is kwetsbaar, onmondig en hulpeloos. We zijn dienstbaar en zorgzaam naar ons kind. We hebben geduld, veel geduld. We sturen het kind vanuit zijn kwaliteiten en beperkingen, verlangens en capaciteiten naar een zelfstandig leven.
 
Herman Van Rompuy schreef onlangs: “Liefde voor een kind is heel gemakkelijk. De liefde voor onze buurman is al anders en hoe verder de mensen van ons bed staan, hoe meer de liefde een werkwoord wordt”.
Liefde, ver of dicht, heeft nood aan ‘willen kijken naar en aandacht hebben voor de ander’. Als we een liefdevolle wereld willen, een hemel op aarde (en dan zijn we er), dan is er gelijkwaardigheid en respect voor elkaar nodig.
Ik citeer uit het Oude Testament: “Dan huist de wolf bij het lam, vlijt de panter zich naast de geit. Samen grazen kalf en leeuw. Een kind kan ze weiden. Koe en berin wonen samen, haar jongen liggen bijeen. En de leeuw vreet hooi als het rund. De zuigeling speelt bij het hol van de adder en het kind steekt zijn hand in het nest van de slang.”
 
In deze tekst komt niet toevallig tweemaal het woord ‘samen’ voor. Tegenstellingen overbruggen, verdraagzaamheid, dialoog, brengt ons ‘samen’.
Vreugde heeft altijd het element ‘samen’ in zich. Vreugde maak je nooit alleen. Racistische opmerkingen komen nooit uit de mond van vreugdevolle mensen.
 
Maar misschien duurt het nog even voor we naar elkaar kunnen kijken door de bril van gelijkheid en evenwaardigheid. En dan … dan zijn we er.
 
 
2018 © Body Mind Works, created by PopComsitemap